Angststoornissen komen best veel voor: 8% van de mannen en 13% van de vrouwen in Nederland lijden eraan. Mensen die last hebben van een angststoornis lijden aan heftige angsten bij alledaagse situaties zonder dat daar een duidelijke aanleiding voor is. Ze worden niet bedreigd en lopen geen aanwijsbaar gevaar, maar hebben voortdurend grote zorgen over dagelijkse dingen. Deze zorgen zijn zo groot, dat ze er lichamelijke en psychische klachten door krijgen. Hierdoor kunnen ze niet meer goed of helemaal niet meer functioneren; niet op het werk en niet in de privésituatie.

Er zijn verschillende vormen van angststoornissen:

  • paniekstoornis;
  • gegeneraliseerde angststoornissen (als iemand zich langer dan 6 maanden extreme zorgen maakt);
  • obsessief-compulsieve stoornis (dwanggedachten en -handelingen; iemand moet van zichzelf bijvoorbeeld zes keer de deurknop aanraken voor hij de deur op slot doet);
  • posttraumatische stress-stoornis (PTSS);
  • fobieën (denk aan angst voor naalden, spinnen, claustrafobie, vliegangst), maar ook sociale fobie.

Klachten die voorkomen bij een angststoornis zijn onder andere:

  • benauwdheid, het gevoel hebben te stikken;
  • duizeligheid, flauwvallen;
  • hartkloppingen;
  • hyperventilatie;
  • droge mond, maagpijn, misselijkheid;
  • concentratieproblemen, slaapproblemen, vermoeidheid;
  • zweten of koude rillingen.

Hoe herken je een angststoornis bij een medewerker?

Een angststoornis herkennen bij een medewerker is niet eenvoudig. Mensen die er last van hebben, vermijden immers de situaties waarin deze opspeelt. Ook herkennen ze de stoornis als zodanig niet altijd bij zichzelf. Ze voelen wel dat ze erg tegen dingen opzien en dat ze veel stress hebben, maar ze wijten dat aan de situatie of aan zichzelf.

Daarbij zijn er angststoornissen in verschillende vormen en gradaties. Mensen die bovenmatig piekeren hebben bijvoorbeeld ook last van een vorm van angststoornis, maar zijn zich daar misschien niet van bewust. Als ze het wel weten en er misschien al hulp voor gezocht hebben of al voor onder behandeling zijn, durven ze er niet altijd over te praten. Ze schamen zich of zijn bang dat anderen het niet zullen begrijpen.

Als leidinggevende stel je uiteraard geen diagnose, maar het is goed om te weten dat de volgende signalen op een angststoornis kunnen wijzen:

  • frequent verzuim;
  • stagnerende re-integratie bij een andere lichamelijke of psychische aandoening, zoals een burn-out of depressieve klachten;
  • vermijdingsgedrag en gedrag dat angstiger is dan bij de situatie past;
  • veel bezoeken aan huisartsen en specialisten;
  • lichamelijke klachten die onvoldoende verklaard kunnen worden door een somatische oorzaak (SOLK).

De invloed van een angststoornis op de inzetbaarheid

Een medewerker die last heeft van een vorm van angststoornis ondervindt hiervan veel hinder. De stoornis zorgt ervoor dat de medewerker moeite heeft om normaal te functioneren. Iemand is voortdurend bezig zijn stoornis te onderdrukken en de situaties waarin dit voorkomt, te vermijden. Ze kunnen daardoor enorm opzien tegen activiteiten die heel normaal zijn en vaak ook bij het werk horen. Dit kost veel energie en het werkt stress in de hand. Toch werken mensen met een angststoornis meestal gewoon door. Het kan wel zijn dat de productiviteit en de kwaliteit van het werk hieronder lijdt. Ook neemt het risico op verzuim toe.

Hoe je als leidinggevende je medewerker kunt ondersteunen

Heb je een vermoeden van een vorm van angststoornis bij een medewerker, bijvoorbeeld doordat iemand gedrag vertoont dat eigenlijk niet verklaarbaar is, ga dan het gesprek aan. Je hoeft daarbij niet te benoemen wat je denkt, maar kunt wel aangeven wat je ziet: dat iemand zich anders gedraagt of veel afwezig is of andere signalen die je oppikt. Vraag of je kan helpen en wat je kunt doen om ervoor te zorgen dat je medewerker zo goed mogelijk kan blijven functioneren.

Positieve steun bieden en vertrouwen zijn het belangrijkst. Daarvoor moet er wel een sfeer van veiligheid zijn zodat je medewerker zich kwetsbaar durft op te stellen. Ook als iemand even afwezig is geweest door verzuim kun je helpen door begrip te kweken bij collega’s. Doordat mensen niet weten wat een angststoornis is en wat het met iemand doet, begrijpen ze niet waarom het zo moeilijk is ermee om te gaan. Overleg wel altijd eerst met je medewerker over wat je wel en niet mag vertellen en respecteer dat altijd.

Op de website Hey het is oke.nl vind je tips om het gesprek aan te gaan over een angststoornis of een depressie. Wijs je medewerker ook op de mogelijkheid van een gesprek met de vertrouwenspersoon of de bedrijfsmaatschappelijk werker. Medewerkers kunnen ook gebruikmaken van het open spreekuur van de bedrijfsarts voor advies.

Behandeling en re-integratie bij een angststoornis

Doorwerken met een angststoornis is vaak wel haalbaar, maar zoals hierboven al aangegeven, het kan wel zorgen voor een lagere productiviteit en meer uitval. Gelukkig zijn angststoornissen met professionele hulp vaak goed te behandelen, bijvoorbeeld met cognitieve gedragstherapie. Allereerst is een goede diagnose uiteraard van belang, en daarnaast is stepped care effectief, net als een goede uitleg, perspectief bieden en het tonen van empathie. Soms is er gespecialiseerde psychotherapie nodig en/of medicatie. Het is aan de bedrijfsarts om een diagnose te stellen en de medewerker door te verwijzen naar specialistische hulpverlening.